Spaanse zigeuners

Die zie ik hier de wanden van de musea vullen, prachtige schilderijen van Spaanse Roma, hun leven, geluk, honger en verdriet, de kinderen en natuurlijk de ‘Flamingo’, de jurken, de waaiers, en de stippel schoentjes. De rood met witte schoentjes die overal ter wereld in de kasten van kleine meisjes te vinden zijn. De Spaanse Roma bedelaarster die op de trap van de kathedraal een onverstaanbaar maar prachtig lied zingt. Dit zijn geen Hongaarse Roma. De Roma romantiek die hier in Spanje leeft, die bij de Roma en niet Roma vertedering en vreugde oproept, die is in Hongarije nergens te vinden. Hier dansen de Hongaarse Roma niet de Flamingo. Hier worden de Roma als ongeletterd en lastig gezien. Dit om- en beschrijf ik dan nog vriendelijk. Hier in Hongarije hangen, verspreid in de musea, geen tientallen schilderijen van Roma afgebeeld tussen gezellige huisjes en weelderige bloemenpracht. En dat is jammer. Dus weer wil ik een oproep doen voor de vestiging van een Hongaars Roma museum. Een museum waar ‘Roma’ schilderijen hangen, boeken van Hongaarse Roma schrijvers en schrijfsters in te kijken zijn. Musici geëerd worden. Een museum dat de alom bekende Roma ellende en misère overstijgt. Bij deze dus. Schilderij: Gitana de Granada 1915 Juan de Echevarria ( Carmen Thyssen museum Malaga)

Het derde oog

Kristalletjes die zijn in. Positieve energie, het wegwerken van kwaaltjes en nu hoor ik vandaag ook nog over het derde oog, een derde oog dat iets heeft of doet met magie of inzicht. Het duizelt mij. Nu religie bij velen niet meer een onderdeel van hun leven is komen daar steentjes, kristalletjes, gefantaseerde oogjes en geiten yoga voor in de plaats. Zij komen mij soms wereldvreemd over, de jonge generatie Europeanen van vandaag de dag. Laat ik het maar houden op; beter een kristalletje om je nek dan bidden, aanbidden en het kritiekloos volgen van zelfbenoemde voorgangers.

De Spaanse driehoek

Van Malaga naar Sevilla, dan door naar Granada en weer terug naar de Costa del sol. Allemaal goed te doen met de bus. Het zijn prima Spaanse bussen en verbindingen, sommigen zelfs met een privé tv schermpje waarop films kunnen worden gekeken en met gratis internet en, niet onbelangrijk, de tickets zijn goedkoop. Een scheef driehoekje dus hier in Andalusië. Een leuk driehoekje, een reisje van 10 dagen. Granada, overzichtelijk met een leuk historisch centrum en een boulevard direct gelegen aan een prachtig schoon zandstrand, met naast het geboortehuis van Picasso het Thyssen museum dat de Spaanse cultuur weergeeft in een prachtige collectie schilderijen, die jong en oud, zal betoveren. De 4 uur durende bustocht naar Sevilla laat me het platteland van Andalusië zien. Eindeloos uitgestrekte olijfboomgaarden die zich over de heuvels, afgewisseld met witgekalkte boerderijen en dorpjes, uitstrekken. En dan Sevilla. Groot, groter dan Malaga, met een imposant historisch centrum. De kathedraal, het oude middeleeuwse centrum met kleine straatjes en bekoorlijke pleintjes waar lang tafelen aan een gedekte tafel met linnen gelijk staat aan een stukje hemel op aarde. Schitterende paleizen en ‘La Catedral del Toreo’, een prachtige oude stieren-vecht arena, zijn naast de talrijke mandarijnen en sinaasappelbomen de sfeermakers van Sevilla. Dan ga ik op weg naar Granada. De Sierra Nevada rij ik tegemoet. Imposant en wit besneeuwd waakt zij over Granada. Een middeleeuwse stad waarvan het centrum je doet denken aan een ‘soek’ in Noord-Afrika. Maar naast dit heerlijke doolhof van kleine straatjes, een kathedraal, klooster en archeologisch museum is het ‘historische complex ‘Alhambra’ de place to go. Twee uur duurde de busrit weer terug naar Malaga. Dus tien dagen Andalusië is veel lopen, veel zien, veel lekker eten en genieten in een warm februari zonnetje, dag Andalusië bedankt voor je vriendelijke onthaal !

Een Japanner in de tapasbar

Ik dacht ‘ik geef ze mijn Engelstalige menukaart’. Een bejaard setje Japanners klimt op de hoge barkrukken aan een tafeltje naast dat van mij. Moeilijk kijkend naar de Spaanse tapaskaart nemen ze de door mij aangeboden Engelse menukaart, denk ik, met plezier aan.

Maar 10 minuutjes later, als ik zelf nog een tapasje wil bestellen , krijg ik de kaart niet terug. Volgens mij is hij met zijn mobiel al de Spaanse tapasjes naar het Japans aan het vertalen met Google translate. De kaart is uitgebreid dus.. ik bestel nog maar een sangriatje.. en dan krijg ik de kaart terug. Hij laat mij een klein electronisch dingetje zien, ‘Made in Japan’ wat direct vertaald . O die Japanners toch, ik had het kunnen weten, werelds beste ‘elektronica producenten’, een Nikkei ‘moet ik hebben dingetje’ dat zowaar vertaald wat je uitspreekt en dan nog naar elke taal die je je maar bedenken kunt. Ik kende de ‘Nikkei’ alleen als beursterm. Hij trots op zijn Japanse vertaal computertje, ik zwaar onder de indruk van dit technische hoogstandje en met de wetenschap dat ‘Nikkei” een voor mij nieuwe producent is in het rijtje Japanse elektronica giganten en zo zitten wij allen te genieten in een authentieke tapasbar. Hier komt de wereld samen.

De Arabische bouwvakkers van het Alhambra

Het Alhambra in Granada is een wereldwonder. Een van de velen op de lijst die lang en wereldwijd is en terecht zoals ik nu met mijn eigen ogen heb mogen aanschouwen. Alhambra is de naam die gegeven is aan een complex van gebouwen: een kerk, torens, tuinen en als hoogtepunt het ‘Palacio Nazaries’ een paleis uit de Arabische ‘duizend en een nacht sprookjes’. En dan, terwijl ik door dit prachtige paleis heen loop zie ik hem; aan zijn broekriem hangt een sleutelhanger. Een fel gele veiligheidshelm, een heel kleintje, van plastic. Dit moet iemand zijn die werkt in de bouw, dat kan haast niet anders. Naast hem loopt zijn vriend of broer, al net zo stevig gebouwd maar zonder sleutelhanger. Met deskundige blik bekijken zij het paleis van de sultan. De houten balken, de als mozaïek gelegde tegelvloer, de betegelde wanden en marmeren fonteintjes, het sublieme afwatering systeem, maar eerst en vooral zie ik ze kijken naar het pleisterwerk. Het duizend jaar oude pleisterwerk. Nog puntgaaf en van een ongekende schoonheid. Met de hand bewerkt, uitmuntend Arabisch vakmanschap. Net als de plafonds en deuren, die zijn van bewerkt koper, geslagen ijzer, of gemaakt van in mozaïek gelegd cederhout. Van pleister en stuc, gemengd met albast en marmer poeder, daaruit werden de prachtigste patronen gesneden; planten, bloemen, schelpen en sterren vermengd met Arabische kalligrafie waarin Allah wordt benoemd en geprezen. Dit ultieme pleisterwerk bedekt de wanden en een aantal van de plafonds. Dan komen we aan bij het gedeelte waar in lang vervlogen tijden de harem van de sultan verbleef. Een fontein ondersteund door magistrale marmeren leeuwen neemt een centrale plaatst in. Je ziet de mannen denken. Een harem. Zij hebben aan hun eigen, 21ste eeuw, harem hun handen al vol; aan moeders en schoonmoeders en tel daar hun vrouwen, dochters en zussen nog eens bij op. De verrassing, de bewondering, het ongekende vakmanschap en het ongeloof dat dit paleis ,na ruim duizend jaar, nog steeds standvastig op de heuvel uitkijkt over Granada en de Sierra Nevada dat is wat er in onze gedachten achter blijft als wij, bezoekers, door de prachtig aangelegde tuinen weer terug keren naar ons huis of hotel.

Libanon vandaag de dag

Libanon, daar komt hij vandaan. Mohammed is zijn naam en hij is een atheïst. Dat ik goed begrijp dat hij niet de enige ‘Mohammed’ in Libanon is die niet meer 5 keer per dag op een matje wil bidden. We praten wat, in een waterig Spaans zonnetje over Libanon, over de al bijna vergeten burgeroorlog, de autobommen, de politici die op deze manier uitgeschakeld werden en de jarenlange politieke invloed van de Syriërs op de staat Libanon. En dan de Syrische vluchtelingen. Anderhalf miljoen hebben hier naar veiligheid gezocht. Libanon kraakt en zucht. De werkeloosheid is twintig procent en Libanon heeft een hoge notering op de corruptie index maar, is ondanks alles, in staat gebleken politiek stabiel te blijven. Het parlement is verdeeld op religieuze basis, de minister president is moslim en de president is christen, ook het parlement bestaat uit 40 procent Christenen en 40 procent Moslims de overige 20 procent is gereserveerd voor ‘overig’. Deze, ooit tijdelijke in 1990, na de beëindiging van de burger oorlog, bedachte constructie houdt stand. Meer stemmen voor de Moslims, dit wordt niet in zetels gehonoreerd, niet meer dan 50 % is toegestaan. Hetzelfde is van toepassing op de Christelijke stemmen. Ik wist het niet. Wat ik wel wist was dat de scholen in Libanon dubbele diensten draaien, dit zodat ook de vluchtelingen kinderen naar school kunnen gaan. Dat de bevolking de vluchtelingen meer dan zat is, dat zij als een zware last gezien worden, dat staat vast. Dat er regelmatig zwaar geweld tegen ze gebruikt wordt is blijkbaar ook een vaststaand gegeven. De Libanezen hebben niets met de Syriërs, na de beëindiging van de burgeroorlog zou de Syrische staat een ‘jaartje’ blijven maar dat was niet het geval. Jarenlang bleven zij betrokken bij de Libanese politiek, hadden zij het eigenlijk voor het zeggen. Dat heeft ‘kwaad bloed’ tot gevolg gehad. Naast de invloed van Hezbollah, die als enige partij de wapens niet hoefde in te leveren en als politieke partij in Libanon een stem in de politieke besluitvorming heeft. Nog steeds is Libanon in ‘oorlog’ met buurland Israël. Hezbollah zal de wapens niet neerleggen en blijft volhouden dat Israël een gevaar is voor de veiligheid van Libanon. Dus geen diplomatieke betrekkingen. De hoogste tijd dat nu Libanon stabiel is en de vluchtelingen weer kunnen terugkeren, de regering van Libanon het initiatief neemt om met Israël diplomatieke banden aan te knopen. Een nieuwe ambassade in Beirut en in Jeruzalem dat zou een goed begin zijn. Het vijand beeld dat Hezbollah blijft cultiveren om zo zijn ‘gewapende’ invloed op de Libanese staat te kunnen blijven uitoefen zal hierdoor in kracht inboeten. Dat zal uiteindelijk iedereen ten goede komen. Mogelijk dat het nieuwe USA vredesplan, wat binnenkort zal worden gepresenteerd, twee spik splinter nieuwe ambassades, al is het maar in een voetnoot, als suggestie heeft opgenomen.

In Katholiek Polen is lesbische sex niet lekker

Een biertje voor 3,50 dat is in Zweden een stuk duurder. Maria is blij, lekker weer hier en de alcohol is betaalbaar. Maria en haar vriendin Anna wonen in Zweden. Hun mini vakantie naar Malaga is een beloning voor het harde werken. Maria en Anna zijn lesbiennes. Vrolijke gezellige jonge vrouwen die Polen hebben ingeruild voor Zweden. Een prima land, de taal is lastig en het leven duur maar de Zweden zijn vriendelijk en hulpvaardig. Ook het feit dat Zweden een milieuvriendelijk land is is voor deze twee afgestudeerde milieu deskundigen een verademing. De bussen stinken hier dat was het eerste wat de dames opviel, in Zweden gebruiken ze als brandstof biogas en elektra. Ruim een jaar geleden zijn ze in Malmö een milieuvriendelijk schoonmaak bedrijf begonnen. Veel papierwerk, maar het is gelukt. Nog een paar jaar en dan kunnen ze de Zweedse nationaliteit aannemen.Want als lesbiennes is trouwen in Polen onmogelijk. Ze hebben het geprobeerd, de Poolse officiële documenten die noodzakelijk zijn werden niet uitgereikt. Ze wisten het, dat we willen trouwen, hoe is een raadsel. Frustratie is wat zij voelen maar geen schok. In Polen is homosexualitiet nog steeds niet geaccepteerd, hun ouders zullen wel een vermoeden hebben maar uitgesproken en besproken is hun seksuele voorkeur nooit. Flauwe en gemene grappen worden er door hun familie gemaakt, dat lesbiennes niet goed in hun hoofd zijn, uit de kast komen dat zit er gewoon niet in. Maria is zelfs een keer door een politie agent met een pistool bedreigd, in het katholieke Polen, zogenaamd, heteroseksueel en in hun nieuwe vaderland Zweden zijn Maria en Anna vrolijke initiatief rijke vrouwen die er voor uit mogen en kunnen komen dat vrouwenliefde ok is. Nog even wachten dus een Zweeds huwelijk ligt in het verschiet.

Europa’s mooiste hoofdstad, Reykjavik

Nee hoor IJsland is geen Europa.

Hoezo geen Europa, tuurlijk hoort IJsland bij Europa, bij het continent Europa.

Ondergewaardeerd, amper het EU nieuws halend, IJsland wat de neus heeft opgehaald voor het EU lidmaatschap en net als Zwitserland en Noorwegen afzag van de belofte op voorspoed en geluk in de Europese familie.

IJsland wat als enige land zijn bankiers voor de rechter bracht en de banken nationaliseerden. Iets wat in Nederland niet eens ter sprake mocht komen.

Ja, de kredietcrisis liet ook in IJsland zijn sporen na. Ruzie met de boekhouders van de EU, de bewakers van goed ‘bankieren’ stonden op hun achterste benen.

Nee, de verliefdheid op de EU is definitief voorbij, maar IJsland is wel lid van de Schengenzone en nu met een werkeloosheid percentage van minder dan drie procent heeft de IJslander zijn economie en BBP weer op orde.

Misschien kan Europa nog wat leren van IJsland. Van de vrijheid van pers en meningsuiting die in IJslands wetgeving als in beton is gegoten.

Van het historisch besef van de IJslanders, de ongekende armoede, honger en ellende, die voor altijd onderdeel zal uitmaken van IJslands geschiedenis met daaruit volgend het besef dat alleen de IJslanders zelf zullen, moeten en kunnen zorg dragen voor hun eigen welzijn.

De IJslandse vissers, nippend aan hun koffie, die mij vertellen, wijzend naar de 100 jaar oude foto’s hangend aan de wand van het vissers café, over grootmoeders en vaders die in de ijskou de visvangst bewerkten, dit is ons verleden, ons heden en bepaalt onze toekomst.

De vis, de schapen, de kassen gevuld met sappige tomaatjes, verwarmd door de thermale bronnen, het toerisme het is genoeg gebleken om de 330.000 inwoners van IJsland er economisch en financieel weer bovenop te helpen.

Kleine houten huisjes, een kerk recht en sober, een nieuw cultureel centrum net opgeleverd, een architectonisch hoogstandje wat helaas lekt, bouwkranen die driftig hun materiaal plaatsen want dat er in Reykjavik gebouwd wordt daar kun je niet omheen. Een penthouse met uitzicht op de baai, daar wil ik wel wonen, en dan als de sneeuw en de donkere maanden plaatsmaken voor het licht, dan wil ik ijsjes eten, zonnen en zwemmen en de kleine paardjes appeltjes voeren. Reykjavik de mooiste hoofdstad van het continent Europa.

Ijslandse doorkijkjes

Net zoals vroeger in Nederland.

Geen gordijntjes, de ramen keurig schoon, kleine doorkijkjes.

Maar nu niet meer. Nederland voelt zich niet veilig meer.

De sociale controle is achteruitgegaan en in meerdere wijken, stadsdelen verspreid over Nederland, zijn er geen gezellige huiskamers meer te zien, maar straten bevolkt met ondoorzichtige vitrage en dikke gordijnen.

Niet in IJsland, in IJsland gaan de gordijnen gewoon open, het licht dat door de hoogte en breedte graad maar spaarzaam voorradig is mag binnenkomen, het geringe aantal bewoners, inwoners, maakt het ‘wij kennen elkaar allemaal’ zwaai maar even als je langsloopt tot een tweede natuur.

Ik heb gezocht naar criminaliteitscijfers. IJslandse criminaliteitscijfers. Die zijn er niet. Alcohol misbruik, verkeersovertredingen, een moord per jaar en zo nu en dan een burenruzie. De politie heeft geen wapens en ook een leger is voor de pacifistische bevolking uit den boze. IJsland is wel lid van de NATO en een klein Deens fregat dobbert eenzaam, naast een enorme ijsbreker, in Reykjaviks haven.

Het klimaat is natuurlijk onderdeel van de geringe criminaliteit, kou en sneeuwstormen zorgen ervoor dat de IJslander veel binnenshuis vertoefd en de sociale controle, begrijpelijk onder de, vaak in bloedlijn verwant, 330.000 inwoners is groot.

Dus dit bezoek aan IJsland was een dejavu.

Heimwee naar de Nederlandse huizen van weleer. Niets te verbergen, trots op het nieuwe bankstel, laat maar zien dat wij, hier binnen, het goed en gezellig hebben.

Las ik laatst niet dat het aantal wetten en regels in Nederland weer is toegenomen ? Ik heb een suggestie, tussen 8 en 7 verplicht de vitrage open.

Samen staan we sterk en dan is de recente CDA campagne ‘ zeg goedemorgen’ overbodig, dan zwaaien wij gewoon naar onze buren in plaats van door een spleetje te gluren, wachtend op naderend onheil.

IJslandse wol

Ik streel het raam.

Onbewust.

En later nog een keer.

Ook onbewust.

Toen ik het zag. De bergen, IJslands pracht.

Mijn hand teder langs het raam van de bus.

Zomaar, ineens ontroerd als ik was.

En later nog een keer.

Ik weet niet eens meer waar dit was.

Of toch wel, de IJslandse wol,

in de kleuren,

mos en zee,

en sneeuw wit zo wit als wit kan zijn.