In Katholiek Polen is lesbische sex niet lekker

Featured

Een biertje voor 3,50 dat is in Zweden een stuk duurder. Maria is blij, lekker weer hier en de alcohol is betaalbaar. Maria en haar vriendin Anna wonen in Zweden. Hun mini vakantie naar Malaga is een beloning voor het harde werken. Maria en Anna zijn lesbiennes. Vrolijke gezellige jonge vrouwen die Polen hebben ingeruild voor Zweden. Een prima land, de taal is lastig en het leven duur maar de Zweden zijn vriendelijk en hulpvaardig. Ook het feit dat Zweden een milieuvriendelijk land is is voor deze twee afgestudeerde milieu deskundigen een verademing. De bussen stinken hier dat was het eerste wat de dames opviel, in Zweden gebruiken ze als brandstof biogas en elektra. Ruim een jaar geleden zijn ze in Malmö een milieuvriendelijk schoonmaak bedrijf begonnen. Veel papierwerk, maar het is gelukt. Nog een paar jaar en dan kunnen ze de Zweedse nationaliteit aannemen.Want als lesbiennes is trouwen in Polen onmogelijk. Ze hebben het geprobeerd, de Poolse officiële documenten die noodzakelijk zijn werden niet uitgereikt. Ze wisten het, dat we willen trouwen, hoe is een raadsel. Frustratie is wat zij voelen maar geen schok. In Polen is homosexualitiet nog steeds niet geaccepteerd, hun ouders zullen wel een vermoeden hebben maar uitgesproken en besproken is hun seksuele voorkeur nooit. Flauwe en gemene grappen worden er door hun familie gemaakt, dat lesbiennes niet goed in hun hoofd zijn, uit de kast komen dat zit er gewoon niet in. Maria is zelfs een keer door een politie agent met een pistool bedreigd, in het katholieke Polen, zogenaamd, heteroseksueel en in hun nieuwe vaderland Zweden zijn Maria en Anna vrolijke initiatief rijke vrouwen die er voor uit mogen en kunnen komen dat vrouwenliefde ok is. Nog even wachten dus een Zweeds huwelijk ligt in het verschiet.

Wally het walvisje

Featured

Koud, koud heb ik het hier op de boot die voor de kust van Reykjavik op zoek gaat naar een walvis. Wat een prachtige baai, wat een uitzicht en ik ben vol hoop want volgens de marine biologe die ons toeristen informeert over de ‘walvis’ zijn er op dit moment drie aan het rondzwemmen in de baai van Reykjavík.

Ik heb geluk, het is droog, er is alleen een koude snijdende wind om te trotseren en de aanblik van prachtige gletsjers die met sneeuw zijn bedekt maken deze trip al meer dan de moeite waard. De zee is kalm en wij toeristen hoopvol.

De marine biologe verteld ons over het leven van de walvis, een zoogdier, en dan, opeens, zien wij iets, een stukje staart dat tevoorschijn komt. Ja, de staart die wij toeristen al zo vaak op de tv, in documentaires hebben mogen aanschouwen nu echt, life, voor onze koude neuzen. Een walvis staart die naar ons zwaait.

Met mijn goedkope verrekijker zoom ik onhandig in, het is echt, de lieve reus van onze oceanen, als knuffel in vele kinderkamers te vinden, de kolos met de gratie van een ballerina zwemt hier en laat zich aan ons zien. Het is een pubertje, nog net niet volwassen en zoals alle pubers nieuwsgierig. Hij of zij zwemt onder het zee oppervlak rond en laat zich dan hier en dan daar zien. Wij toeristen zijn stil, geen gejuich of gegil, nee. Het besef van onze nietigheid, gevangen op een kleine, slingerende, boot tussen de ons omringende witte dodelijke ijspracht en de kracht en sterkte van een van wereld grootste zoogdieren, overvalt ons allen.

Later op de weg terug, in de warme kajuit, onze mutsen en wanten op een hoopje, verteld de biologe ons over de hoeveelheid plastic die de ingewanden van deze en andere bewoners van de zee verstoppen en vernietigen, dat wij ons plastic moeten scheiden of nog beter nooit meer iets van plastic mogen kopen of gebruiken.

Onze Wally, onze lieve puber, ons in het hart gesloten walvisje, de aanwezige kinderen met tranen in hun ogen aan de warme chocolademelk, gaat Wally nu ook dood? Wat een droevig einde van dit super uitje.

‘Ben je gek’ begin ik te oreren, de schuld bij ons neerleggen, onze kinderen nachtmerries bezorgen, godverdomme, wij zijn niet de schuldige, dat is wereldwijd de ‘politiek’ te laf, te beroerd, te lui geweest om al twintig jaar terug een stop op de productie van plastic aan te kondigen, om de industrie te dwingen de ook toen al voorhanden zijnde alternatieven te gaan gebruiken. Ik die al 40 jaar geleden door Greenpeace en het WNF gewaarschuwd werd voor dode ijsberen en andere uitstervende kleine lieve diertjes, zit nu op een boot in IJsland tussen uit het veld geslagen, beteuterde, kinderen, die vragend hun ouders aankijken.

Is het waar gaat onze Wally straks stikken in een stuk plastic?

Ik luister niet naar het antwoord. Dat zal geruststellend zijn, dat Wally niet in gevaar is en een snoepje als afleiding doet de rest.

Waar wij maar blijven vertrouwen houden in onze politici, waar wij onze liefde voor de natuur proberen over te brengen op onze kinderen, waar wij als makke schapen hopen op het beste. En nu zijn wij dan, de burger die behalve stemrecht en sommigen in het bezit van een aandelen portefeuille, uiteindelijk degene die de verantwoording op ons moeten nemen voor de decennialange stelselmatige vernietiging van ons milieu.

Dag Wally, lief walvis kind, het ga je goed, hier in de IJslandse oceaan.