Europa’s mooiste hoofdstad, Reykjavik

Nee hoor IJsland is geen Europa.

Hoezo geen Europa, tuurlijk hoort IJsland bij Europa, bij het continent Europa.

Ondergewaardeerd, amper het EU nieuws halend, IJsland wat de neus heeft opgehaald voor het EU lidmaatschap en net als Zwitserland en Noorwegen afzag van de belofte op voorspoed en geluk in de Europese familie.

IJsland wat als enige land zijn bankiers voor de rechter bracht en de banken nationaliseerden. Iets wat in Nederland niet eens ter sprake mocht komen.

Ja, de kredietcrisis liet ook in IJsland zijn sporen na. Ruzie met de boekhouders van de EU, de bewakers van goed ‘bankieren’ stonden op hun achterste benen.

Nee, de verliefdheid op de EU is definitief voorbij, maar IJsland is wel lid van de Schengenzone en nu met een werkeloosheid percentage van minder dan drie procent heeft de IJslander zijn economie en BBP weer op orde.

Misschien kan Europa nog wat leren van IJsland. Van de vrijheid van pers en meningsuiting die in IJslands wetgeving als in beton is gegoten.

Van het historisch besef van de IJslanders, de ongekende armoede, honger en ellende, die voor altijd onderdeel zal uitmaken van IJslands geschiedenis met daaruit volgend het besef dat alleen de IJslanders zelf zullen, moeten en kunnen zorg dragen voor hun eigen welzijn.

De IJslandse vissers, nippend aan hun koffie, die mij vertellen, wijzend naar de 100 jaar oude foto’s hangend aan de wand van het vissers café, over grootmoeders en vaders die in de ijskou de visvangst bewerkten, dit is ons verleden, ons heden en bepaalt onze toekomst.

De vis, de schapen, de kassen gevuld met sappige tomaatjes, verwarmd door de thermale bronnen, het toerisme het is genoeg gebleken om de 330.000 inwoners van IJsland er economisch en financieel weer bovenop te helpen.

Kleine houten huisjes, een kerk recht en sober, een nieuw cultureel centrum net opgeleverd, een architectonisch hoogstandje wat helaas lekt, bouwkranen die driftig hun materiaal plaatsen want dat er in Reykjavik gebouwd wordt daar kun je niet omheen. Een penthouse met uitzicht op de baai, daar wil ik wel wonen, en dan als de sneeuw en de donkere maanden plaatsmaken voor het licht, dan wil ik ijsjes eten, zonnen en zwemmen en de kleine paardjes appeltjes voeren. Reykjavik de mooiste hoofdstad van het continent Europa.

Ijslandse doorkijkjes

Featured

Net zoals vroeger in Nederland.

Geen gordijntjes, de ramen keurig schoon, kleine doorkijkjes.

Maar nu niet meer. Nederland voelt zich niet veilig meer.

De sociale controle is achteruitgegaan en in meerdere wijken, stadsdelen verspreid over Nederland, zijn er geen gezellige huiskamers meer te zien, maar straten bevolkt met ondoorzichtige vitrage en dikke gordijnen.

Niet in IJsland, in IJsland gaan de gordijnen gewoon open, het licht dat door de hoogte en breedte graad maar spaarzaam voorradig is mag binnenkomen, het geringe aantal bewoners, inwoners, maakt het ‘wij kennen elkaar allemaal’ zwaai maar even als je langsloopt tot een tweede natuur.

Ik heb gezocht naar criminaliteitscijfers. IJslandse criminaliteitscijfers. Die zijn er niet. Alcohol misbruik, verkeersovertredingen, een moord per jaar en zo nu en dan een burenruzie. De politie heeft geen wapens en ook een leger is voor de pacifistische bevolking uit den boze. IJsland is wel lid van de NATO en een klein Deens fregat dobbert eenzaam, naast een enorme ijsbreker, in Reykjaviks haven.

Het klimaat is natuurlijk onderdeel van de geringe criminaliteit, kou en sneeuwstormen zorgen ervoor dat de IJslander veel binnenshuis vertoefd en de sociale controle, begrijpelijk onder de, vaak in bloedlijn verwant, 330.000 inwoners is groot.

Dus dit bezoek aan IJsland was een dejavu.

Heimwee naar de Nederlandse huizen van weleer. Niets te verbergen, trots op het nieuwe bankstel, laat maar zien dat wij, hier binnen, het goed en gezellig hebben.

Las ik laatst niet dat het aantal wetten en regels in Nederland weer is toegenomen ? Ik heb een suggestie, tussen 8 en 7 verplicht de vitrage open.

Samen staan we sterk en dan is de recente CDA campagne ‘ zeg goedemorgen’ overbodig, dan zwaaien wij gewoon naar onze buren in plaats van door een spleetje te gluren, wachtend op naderend onheil.

Wally het walvisje

Featured

Koud, koud heb ik het hier op de boot die voor de kust van Reykjavik op zoek gaat naar een walvis. Wat een prachtige baai, wat een uitzicht en ik ben vol hoop want volgens de marine biologe die ons toeristen informeert over de ‘walvis’ zijn er op dit moment drie aan het rondzwemmen in de baai van Reykjavík.

Ik heb geluk, het is droog, er is alleen een koude snijdende wind om te trotseren en de aanblik van prachtige gletsjers die met sneeuw zijn bedekt maken deze trip al meer dan de moeite waard. De zee is kalm en wij toeristen hoopvol.

De marine biologe verteld ons over het leven van de walvis, een zoogdier, en dan, opeens, zien wij iets, een stukje staart dat tevoorschijn komt. Ja, de staart die wij toeristen al zo vaak op de tv, in documentaires hebben mogen aanschouwen nu echt, life, voor onze koude neuzen. Een walvis staart die naar ons zwaait.

Met mijn goedkope verrekijker zoom ik onhandig in, het is echt, de lieve reus van onze oceanen, als knuffel in vele kinderkamers te vinden, de kolos met de gratie van een ballerina zwemt hier en laat zich aan ons zien. Het is een pubertje, nog net niet volwassen en zoals alle pubers nieuwsgierig. Hij of zij zwemt onder het zee oppervlak rond en laat zich dan hier en dan daar zien. Wij toeristen zijn stil, geen gejuich of gegil, nee. Het besef van onze nietigheid, gevangen op een kleine, slingerende, boot tussen de ons omringende witte dodelijke ijspracht en de kracht en sterkte van een van wereld grootste zoogdieren, overvalt ons allen.

Later op de weg terug, in de warme kajuit, onze mutsen en wanten op een hoopje, verteld de biologe ons over de hoeveelheid plastic die de ingewanden van deze en andere bewoners van de zee verstoppen en vernietigen, dat wij ons plastic moeten scheiden of nog beter nooit meer iets van plastic mogen kopen of gebruiken.

Onze Wally, onze lieve puber, ons in het hart gesloten walvisje, de aanwezige kinderen met tranen in hun ogen aan de warme chocolademelk, gaat Wally nu ook dood? Wat een droevig einde van dit super uitje.

‘Ben je gek’ begin ik te oreren, de schuld bij ons neerleggen, onze kinderen nachtmerries bezorgen, godverdomme, wij zijn niet de schuldige, dat is wereldwijd de ‘politiek’ te laf, te beroerd, te lui geweest om al twintig jaar terug een stop op de productie van plastic aan te kondigen, om de industrie te dwingen de ook toen al voorhanden zijnde alternatieven te gaan gebruiken. Ik die al 40 jaar geleden door Greenpeace en het WNF gewaarschuwd werd voor dode ijsberen en andere uitstervende kleine lieve diertjes, zit nu op een boot in IJsland tussen uit het veld geslagen, beteuterde, kinderen, die vragend hun ouders aankijken.

Is het waar gaat onze Wally straks stikken in een stuk plastic?

Ik luister niet naar het antwoord. Dat zal geruststellend zijn, dat Wally niet in gevaar is en een snoepje als afleiding doet de rest.

Waar wij maar blijven vertrouwen houden in onze politici, waar wij onze liefde voor de natuur proberen over te brengen op onze kinderen, waar wij als makke schapen hopen op het beste. En nu zijn wij dan, de burger die behalve stemrecht en sommigen in het bezit van een aandelen portefeuille, uiteindelijk degene die de verantwoording op ons moeten nemen voor de decennialange stelselmatige vernietiging van ons milieu.

Dag Wally, lief walvis kind, het ga je goed, hier in de IJslandse oceaan.