Wally het walvisje

Koud, koud heb ik het hier op de boot die voor de kust van Reykjavik op zoek gaat naar een walvis. Wat een prachtige baai, wat een uitzicht en ik ben vol hoop want volgens de marine biologe die ons toeristen informeert over de ‘walvis’ zijn er op dit moment drie aan het rondzwemmen in de baai van Reykjavík.

Ik heb geluk, het is droog, er is alleen een koude snijdende wind om te trotseren en de aanblik van prachtige gletsjers die met sneeuw zijn bedekt maken deze trip al meer dan de moeite waard. De zee is kalm en wij toeristen hoopvol.

De marine biologe verteld ons over het leven van de walvis, een zoogdier, en dan, opeens, zien wij iets, een stukje staart dat tevoorschijn komt. Ja, de staart die wij toeristen al zo vaak op de tv, in documentaires hebben mogen aanschouwen nu echt, life, voor onze koude neuzen. Een walvis staart die naar ons zwaait.

Met mijn goedkope verrekijker zoom ik onhandig in, het is echt, de lieve reus van onze oceanen, als knuffel in vele kinderkamers te vinden, de kolos met de gratie van een ballerina zwemt hier en laat zich aan ons zien. Het is een pubertje, nog net niet volwassen en zoals alle pubers nieuwsgierig. Hij of zij zwemt onder het zee oppervlak rond en laat zich dan hier en dan daar zien. Wij toeristen zijn stil, geen gejuich of gegil, nee. Het besef van onze nietigheid, gevangen op een kleine, slingerende, boot tussen de ons omringende witte dodelijke ijspracht en de kracht en sterkte van een van wereld grootste zoogdieren, overvalt ons allen.

Later op de weg terug, in de warme kajuit, onze mutsen en wanten op een hoopje, verteld de biologe ons over de hoeveelheid plastic die de ingewanden van deze en andere bewoners van de zee verstoppen en vernietigen, dat wij ons plastic moeten scheiden of nog beter nooit meer iets van plastic mogen kopen of gebruiken.

Onze Wally, onze lieve puber, ons in het hart gesloten walvisje, de aanwezige kinderen met tranen in hun ogen aan de warme chocolademelk, gaat Wally nu ook dood? Wat een droevig einde van dit super uitje.

‘Ben je gek’ begin ik te oreren, de schuld bij ons neerleggen, onze kinderen nachtmerries bezorgen, godverdomme, wij zijn niet de schuldige, dat is wereldwijd de ‘politiek’ te laf, te beroerd, te lui geweest om al twintig jaar terug een stop op de productie van plastic aan te kondigen, om de industrie te dwingen de ook toen al voorhanden zijnde alternatieven te gaan gebruiken. Ik die al 40 jaar geleden door Greenpeace en het WNF gewaarschuwd werd voor dode ijsberen en andere uitstervende kleine lieve diertjes, zit nu op een boot in IJsland tussen uit het veld geslagen, beteuterde, kinderen, die vragend hun ouders aankijken.

Is het waar gaat onze Wally straks stikken in een stuk plastic?

Ik luister niet naar het antwoord. Dat zal geruststellend zijn, dat Wally niet in gevaar is en een snoepje als afleiding doet de rest.

Waar wij maar blijven vertrouwen houden in onze politici, waar wij onze liefde voor de natuur proberen over te brengen op onze kinderen, waar wij als makke schapen hopen op het beste. En nu zijn wij dan, de burger die behalve stemrecht en sommigen in het bezit van een aandelen portefeuille, uiteindelijk degene die de verantwoording op ons moeten nemen voor de decennialange stelselmatige vernietiging van ons milieu.

Dag Wally, lief walvis kind, het ga je goed, hier in de IJslandse oceaan.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s